Update d.d. 29 september 2020:

Tijdens de persconferentie (van onze Minister President) gisteren, zijn nieuwe Corona-maatregelen afgekondigd.

Zodra wij meer informatie hebben zullen wij dit zo snel mogelijk op deze website vermelden.

Wij helpen u er aan herinneren dat zorgaanbieders die voor de compensatieregeling tot 1 juli 2020 in aanmerking willen komen, dit vóór 1 november 2020 bij de gemeente kenbaar moeten maken.

 

Wat is het advies vanuit de gemeente naar de Wmo- en jeugdhulpaanbieders inzake het Corona-virus?          

Zie onderstaande vragen en antwoorden.

Opmerking:

Landelijk gaan de ontwikkelingen qua coronabeleid voor het sociaal domein ook door. Wij passen de werkwijze zoals in onderstaande antwoorden beschreven aan als daar aanleiding toe is.

Kunnen gemeenten aangeven binnen welke kaders zij “gezonde ambulante zorg” ziet in de huidige situatie?              

De nadrukkelijke oproep van het kabinet en de gemeenten is om zorg die vanwege corona tijdelijk gestopt is, weer op te starten. De routekaart van de Rijksoverheid biedt daar de inhoudelijke basis voor. 

Zorg, Jeugdhulp en (Maatschappelijke) Ondersteuning zijn aangemerkt als “cruciale beroepsgroepen”. Zie ook de website van de Rijksoverheid

Wij vinden het belangrijk dat cliënten de ondersteuning die zij nodig hebben blijven ontvangen. Dit om escalatie en eventuele overbelasting van mantelzorgers te voorkomen, dan wel te zorgen voor de-escalatie.

Ambulante begeleiding kan grotendeels regulier plaatsvinden, met inachtneming van de landelijke richtlijnen. Er wordt hierbij een beroep gedaan op de creativiteit van aanbieders. Individuele begeleiding kan (deels) bijvoorbeeld ook worden ingezet door middel van (beeld)bellen.

Wij zien graag dat dagbesteding/groepsbegeleiding in aangepaste vorm doorgang vindt. Bijvoorbeeld door in kleine groepjes te werken of door individueel activiteiten aan te bieden. Eventueel in combinatie met individueel (telefonisch) contact of groepstelefoongesprekken.

Een voorbeeld uit de praktijk is bijv. het afgeven van werkmateriaal bij de cliënt thuis en dan via beeldbellen begeleiden.

Wij verwachten van de zorgaanbieder dat er in ieder geval contact met de cliënt is op de vaste zorgdagen.

Protocollen worden gedeeld, met de vraag of dit voldoet aan de door gemeenten gewenste werkwijze.        

Wij verwachten dat aanbieders zich aan de landelijke richtlijnen houden. Het is belangrijk dat cliënten de benodigde ondersteuning zoveel mogelijk blijven ontvangen, om escalatie te voorkomen. Waar nodig in aangepaste vorm, passend bij de landelijke richtlijnen.

Kan een indicatie met een overbruggingsperiode verlengd worden, indien een beschikking de komende periode afloopt? De benodigde ondersteuning kan dan voortgezet worden.      

De medewerkers van de gebiedsteams zijn bereikbaar voor herbeoordelingen en nieuwe indicaties. Er worden in principe geen huisbezoeken gedaan; meldingen en aanvragen worden telefonisch afgehandeld.

In geval van een aflopende indicatie wijkt de situatie nu niet af van de normale situatie. Wij verzoeken u om bij aflopende indicaties ruim op tijd melding te doen bij het gebiedsteam.

Zijn de gemeenten bereid om meerkosten voor de zorg te compenseren, indien een cliënt daadwerkelijk het Coronavirus krijgt?  

Als een cliënt COVID-19 heeft is quarantaine/isolatie noodzakelijk. In deze situatie wordt door de zorgaanbieder op dezelfde wijze gehandeld als bij een “gewone” griep.

Ondersteuning op afstand (bijv. beeldbellen) kan doorgang vinden, binnen de huidige indicatie.

Er is nu geen zicht op evt. meerkosten; daarom gaan gemeenten niet op voorhand akkoord met het compenseren van meerkosten. Als er echt excessen in extra kosten zijn, dan kunnen aanbieders contact opnemen met gemeenten.

Wat is de situatie van de kinderopvang en scholen in de OWO-gemeenten? Vangen zij allemaal kinderen op, wanneer hun ouders een cruciaal beroep uitvoeren?              

Kinderopvang en scholen vangen kinderen van ouders met cruciale beroepen op. Uw medewerkers kunnen zich melden bij de school van hun kind(eren), opvang wordt dan opgepakt.

Cliënt ontvangt tijdelijk geen ondersteuning in verband met het Coronavirus (cliënt wil geen ondersteuning of aanbieder is gestopt met leveren). Moet cliënt nog een eigen bijdrage betalen?    

Cliënt heeft een deel van de maand wel ondersteuning ontvangen: cliënt moet de eigen bijdrage betalen. Het bedrag van maximaal € 19,00 is niet hoger dan de kosten van de geleverde ondersteuning.

Minister De Jonge van VWS heeft besloten dat in verband met het coronavirus de eigen bijdrage voor in ieder geval de maanden april en mei collectief niet worden geïnd. Dit geldt voor alle Wmo-cliënten, behalve de cliënten met de voorzieningen beschermd wonen intramuraal en opvang.

De dagbestedingslocaties zijn gesloten.

-              Er wordt intussen wel contact onderhouden met de cliënten. Op welke wijze kan dit gedeclareerd worden?

-              Is er een financiële compensatie nu we de ondersteuning niet uit kunnen voeren? Zijn gemeenten bereid de zorgaanbieder te compenseren tot het maximum van de anders gemaakte kosten in dagbesteding? 

Van aanbieders dagbesteding verwachten wij dat zij ondersteuning blijven bieden aan hun cliënten. Dagbesteding en -opvang is voor vele cliënten een cruciale voorziening juist in deze periode. Waar mogelijk is het uitgangspunt dat de dagbesteding en -opvang gecontinueerd wordt – in welke vorm dan ook.

We verwijzen u ook naar de richtlijn dagbesteding en dagopvang. 

Wij vinden het belangrijk dat we de cliënten niet uit het oog verliezen. Medewerkers van de dagbesteding kunnen in deze situatie een belangrijke rol spelen, door contact te blijven houden met hun cliënten. Denk bijvoorbeeld aan één op één begeleiding (activiteiten aanbieden t.b.v. daginvulling en bijv. wandeling buiten) of, als er aantoonbaar geen passend alternatief is, (beeld)bellen om de cliënt te ondersteunen bij zijn/haar daginvulling. Het is belangrijk dat de cliënt zoveel mogelijk begeleiding blijft krijgen om escalatie en eventuele overbelasting van mantelzorgers te voorkomen.

Alleen (beeld)bellen is in sommige situaties niet voldoende, vooral niet wanneer het gaat om vervanging van begeleiding en/of dagbesteding bij erg kwetsbare cliënten. Zeker nu de situatie langer duurt en beperkende maatregelen verlengd zijn. We verwachten dat aanbieders eerst nagaan of face-to-face begeleiding van hun cliënten een mogelijkheid is. Als dit niet mogelijk is, dan is beeldbellen met een plus ook mogelijk. Te denken valt aan het afgeven van werkmateriaal thuis en dan via beeldbellen begeleiding bieden. Als invulling wordt gegeven aan zulke alternatieve contactvormen dan is 100% declaratie mogelijk.

Wordt alleen gekozen voor (beeld)bellen zonder het plusje of vindt er helemaal geen prestatie plaats dan is op cliëntniveau een bepaald percentage van de indicatie declarabel. Zie “Hoe gaan de OWO-gemeenten om met aanbieders die deels/geheel dicht zijn gegaan in verband met corona en geen/nihil zorg hebben geleverd (aan alle of een aantal cliënten)?”

Aanbieders van Wmo-ondersteuning in de OWO-gemeenten kunnen de op reguliere en alternatieve wijze geboden passende ondersteuning via de reguliere route declareren.

Dit geldt zowel voor dagbesteding, individuele begeleiding als hulp bij het huishouden. Hierbij geldt dat de geleverde ondersteuning gedeclareerd kan worden, tot maximaal de omvang van de indicatie van de cliënt.

Voor aanbieders dagbesteding die nu tijdelijk de ondersteuning individueel aanbieden geldt dat zij deze ondersteuning “gewoon” kunnen declareren als zijnde dagbesteding.

Deze afspraak geldt voor de periode vanaf 1 maart tot 1 juni 2020.

Administratie geleverde zorg:

  • Leg dagelijks vast welke cliënten wel aanwezig zijn (op locatie dagbesteding) of ambulante ondersteuning ontvangen;
  • Leg (dagelijks) vast welke cliënten op eigen initiatief geen zorg ontvangen;
  • Leg dagelijks vast welke cliënten op uw advies thuis moeten blijven;

Leg vast bij welke cliënten u tijdelijk een alternatieve vorm van ondersteuning biedt, wanneer en op welke manier.

Er komen verschillende vragen bij ons binnen over vervoer van en naar dagbesteding. Onze lijn hierin is als volgt.

De dagbestedingslocaties mogen vanaf 1 juni, met inachtneming van de RIVM richtlijnen, weer open. De OWO-gemeenten verwachten dat iedereen weer op de manier zoals het voorheen ging het vervoer gaat regelen.

  • Dat betekent dat iedereen zoveel mogelijk op eigen kracht of met behulp van zijn omgeving/mantelzorgers naar de dagbesteding gaat.
  • Lukt dat niet en heeft de cliënt een vervoersindicatie voor dagbestedingsvervoer? Dan is - volgens het contract - de aanbieder verantwoordelijk voor het regelen van het vervoer. Die kan daarvoor bijvoorbeeld zelf een busje (laten) rijden of een vervoerder inhuren. De aanbieder kan per dag waarop de cliënt komt € 10,72 declareren. Als er nog geen vervoersindicatie is dan kan het gebiedsteam een indicatie voor vervoer afgeven. Het zou kunnen dat een eigen busje vaker moet rijden i.v.m. de groepsgrootte en RIVM richtlijnen (zie kader vervoer naar dagbesteding https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/05/27/kader-vervoer-naar-dagbesteding) of dat een taxi moet worden ingehuurd. Als daar meerkosten uit voortkomen die zonder de coronacrisis niet gemaakt zouden zijn, dan kunnen deze meerkosten (dus kosten boven de vergoeding van € 10,72) maandelijks per factuur bij de gemeente worden ingediend. Overleg hiervoor van te voren wel met contractmanagement om af te stemmen of er sprake is van meerkosten. Dit om teleurstellingen achteraf te voorkomen. Dit geldt tot 1 september 2020.
  • Voor Ooststellingwerf kan DRIVE ook weer worden ingezet. Hierbij geldt wel een corona-protocol. Bekijk het protocol in het document onderaan deze pagina. 
  • Als uw cliënt al een Wmo taxikaart heeft dan mag deze - als er echt geen andere alternatieven zijn - voorlopig tot 1 september, in tegenstelling tot voorheen, ook worden ingezet voor dagbestedingsvervoer. Als het aantal km’s hiervoor onvoldoende is, dan kan contact worden opgenomen met het gebiedsteam om te bekijken of de indicatie kan worden verhoogd.

Mogelijk dat er onvoldoende eigen of in te huren (taxi)voertuigen beschikbaar zijn voor al het dagbestedingsvervoer. Ook omdat het leerlingenvervoer weer start. Als de situatie daarom vraagt verzoeken wij u om te schuiven met de begin- en eindtijden van de dagbesteding om het vervoersprobleem op te lossen en iedereen zoveel mogelijk weer in staat te stellen om mee te doen op de dagbesteding.

Vanaf 1 juli mag je weer in één auto zitten met mensen uit een ander huishouden. Ook het taxivervoer wordt, net zoals het openbaar vervoer, langzaam weer als normaal. Als de 1,5 meter in de auto niet gehandhaafd kan worden, dan is het gebruik van een mondkapje verplicht. De richtlijnen die gelden voor de taxibranche en het OV achten wij ook van toepassing op het dagbestedingsvervoer. Dat betekent dat aanbieders ook weer hun eigen vervoer kunnen regelen (met RIVM richtlijn / gebruik mondkapje) en dat wij niet langer aanvullende maatregelen treffen zoals het verstrekken van extra km/taxikaart.

Wat verwachten de gemeenten van ons in het uitvoeren van individuele begeleiding?  

Wij verwachten dat individuele begeleiding zoveel als mogelijk gewoon doorgang vindt. Face-to-face bij de cliënt in de thuissituatie of, als er geen aantoonbare andere ondersteuningsvorm mogelijk is, bijvoorbeeld via (beeld)bellen.

Wij vinden het belangrijk dat cliënten de ondersteuning die zij nodig hebben blijven ontvangen, om escalatie te voorkomen dan wel te zorgen voor de-escalatie. Hierbij vragen we de aanbieders de landelijke regels volgens het RIVM op te volgen en zoveel mogelijk naar creatieve oplossingen te zoeken.

We verwachten van u dat u bijhoudt in uw administratie welke cliënten wel/geen ondersteuning ontvangen. Leg dagelijks vast:

  • welke cliënten wel ambulante ondersteuning ontvangen;
  • welke cliënten op eigen initiatief geen ondersteuning ontvangen;
  • welke cliënten op uw advies thuis moeten blijven en geen ondersteuning ontvangen;

bij welke cliënten u tijdelijk een alternatieve vorm van ondersteuning biedt, wanneer en op welke manier.

Wat is de visie van de OWO-gemeenten op Corona in relatie tot Huishoudelijke Hulp cliënten?             

Maatschappelijke Ondersteuning en daarmee ook de huishoudelijke hulp is door het Rijk aangemerkt als cruciale beroepsgroep. Wij verwachten dan ook dat Huishoudelijke hulp, met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM, zoveel als mogelijk “gewoon” wordt uitgevoerd. Juist ook om contact te onderhouden met de doelgroep die Huishoudelijke Hulp ontvangt, en eventuele mantelzorger(s) te ontlasten. Als de situatie om een andere invulling vraagt kan dat in overleg met de cliënt. Neem hierbij de richtlijnen van de RIVM voor thuiszorg in acht.

Cliënten melden soms zelf hun huishoudelijke hulp af vanwege het Corona-virus. Wordt de reguliere planning vergoed?

Wanneer huishoudelijke hulp door omstandigheden tijdelijk niet mogelijk is, vragen wij aanbieders dit zoveel mogelijk in te vullen met maatwerk. Bijvoorbeeld met beeldbellen, of door samen met familie invulling te geven aan huishoudelijke hulp.

Contractueel gezien mogen aanbieders niet-geleverde ondersteuning ook niet declareren. Voor de periode van 1 april tot 1 juli 2020 gelden hiervoor andere afspraken om acute liquiditeitsproblemen bij zorgaanbieders tijdens de corona-crisis te voorkomen. Zie “Hoe gaan de OWO-gemeenten om met aanbieders die deels/geheel dicht zijn gegaan in verband met corona en geen/nihil zorg hebben geleverd (aan alle of een aantal cliënten)?”.

Staat de gemeente alternatieve invulling van de huishoudelijke hulp toe? Bijvoorbeeld in de vorm van bellen/skypen met inwoners, of boodschappen doen tijdens de huishoudelijke hulp-uren.            

Een deels alternatieve invulling van de huishoudelijke hulp is in overleg met de cliënt toegestaan. Een schoon huis is belangrijk. Dit betekent dat de invulling van de huishoudelijke hulp deels ook moet blijven bestaan uit het schoonmaken van de woning. In overleg met de cliënt kan bijvoorbeeld boodschappen doen wel gedeeltelijke invulling zijn van de uren huishoudelijke hulp.

Hoe gaan de OWO-gemeenten om met aanbieders die deels/geheel dicht zijn gegaan in verband met corona en geen/nihil zorg hebben geleverd (aan alle of een aantal cliënten)? Aanbieders hebben wel te maken met vaste lasten, bijv. personeelskosten en huur.

Het Rijk en de VNG hebben afspraken gemaakt over de continuïteit van financiering tot 1 juli. Als het niet mogelijk is cliënten de ondersteuning op passende alternatieve wijze te bieden en er dus (op cliëntniveau) geen ondersteuning wordt geleverd, heeft aanbieder recht op een voorschot. Kern van deze afspraak is dat financiering van de omzet wordt doorgezet op het niveau van voor de corona crisis.

Deze compensatieregeling geldt in de OWO-gemeenten vanaf 1 april 2020. De maand maart kunnen aanbieders “gewoon” declareren via het berichtenverkeer (Vecozo).

Werkwijze compensatieregeling (april, mei en juni):

Aanbieders die geen ondersteuning leveren aan hun cliënten sturen een stop-zorg bericht (307-bericht, code 20: levering is tijdelijk beëindigd). Als u weer ondersteuning gaat leveren dient u een startbericht (305-bericht) te sturen.

Na ontvangst van het stopbericht neemt team inkoop Wmo2020 contact op met u om te kijken of het toch mogelijk is om – op alternatieve wijze – de ondersteuning te leveren en hoe u zo snel mogelijk weer zorg kunt leveren. Als blijkt dat dit niet kan, of dat de cliënt geen ondersteuning wil ontvangen, kan aanbieder een traditionele factuur (dus geen declaratie via het berichtenverkeer) sturen.

Wij verzoeken deze aanbieders om, na contact met de contractmanager, een traditionele factuur (dus geen declaratie via berichtenverkeer) te sturen naar  backofficezorg-OWO@ooststellingwerf.nl

Wij zullen deze factuur na inhoudelijke beoordeling als een voorschot uitbetalen in afwachting van een definitieve financiële regeling vanuit de rijksoverheid. Verantwoording na afloop zal plaatsvinden op basis van de feitelijk gerealiseerde kosten die een aanbieder heeft gemaakt. Als de gerealiseerde kosten aanzienlijk afwijken van de financiering van de omzet moet daarover worden afgerekend.

Graag ontvangen wij één factuur per maand per gemeente. Op de factuur dient u aan te geven om welke cliënten het gaat. Denkt u er wel aan om deze factuur incl. cliëntgegevens beveiligd te versturen.

De ingediende rekeningen kunnen steekproefsgewijs worden gecontroleerd.

Welk percentage kan ik factureren?

De VNG adviseert het omzetniveau te baseren op het maandgemiddelde van de aanbieder in 2019. Het maandgemiddelde van 2019 is lastig te vertalen naar de 2020 situatie in de OWO-gemeenten, omdat de producten en tarieven met ingang van 1 januari 2020 veranderd zijn. Daarom maken wij gebruik van het gemiddelde verzilveringspercentage van 2019 maal de geïndiceerde zorg.

Voor aanbieders hulp bij het huishouden hanteren wij één verzilveringspercentage in de OWO-gemeenten: 90%. Dit betekent dat per cliënt maximaal de indicatie maal 90% mag worden gefactureerd als compensatie.

Voor andere ondersteuningsvormen bepalen we per aanbieder het verzilveringspercentage.

Voorbeeld: Aanbieder heeft in 2019 een verzilvering van 90%, dan kan nu per cliënt voor wie niet geleverd kan worden maximaal 90% van de indicatie worden gefactureerd.

Voor aanbieders die in 2019 nog geen Wmo-ondersteuning leverden binnen de OWO-gemeenten hanteren we het gemiddelde verzilveringspercentage per product.

Voorbeeld: voor individuele begeleiding was het gemiddelde verzilveringspercentage 85%, dan kan aanbieder nu per cliënt voor wie niet geleverd kan worden maximaal 85% van de indicatie factureren.

Het verzilveringspercentage dat voor uw organisatie van toepassing is ontvangt u van team inkoop Wmo2020 nadat wij uw stop-zorg bericht hebben ontvangen. Ook ontvangt u van ons een format voor het indienen van de specificatie van uw voorschot corona factuur

Als er sprake is van meerkosten kan een aanbieder die bij gemeente indienen?

Aanbieder dient eerst de bestaande ruimte te benutten binnen de lopende indicaties, voordat over meerkosten wordt gesproken. Aanbieders die bijvoorbeeld een locatie hebben gesloten en nu alternatieve zorg inzetten kunnen dat wellicht goedkoper uitvoeren.

Als aanbieder meerkosten wil indienen, vraagt hij/zij eerst gemotiveerd toestemming aan gemeente(n).

Om aan de richtlijnen van het RIVM te voldoen maken zorgaanbieders soms meerkosten. Dat kan variëren van beschermingsmiddelen tot extra inhuur van locaties. De eerder gemaakte afspraken tussen VNG en het Rijk over de vergoeding van meerkosten zijn verlengd tot en met 31 december 2020.

https://vng.nl/nieuws/verlenging-vergoeding-meerkosten-wmo-en-jeugd-tm-31-dec

Format indienen meerkosten
Inmiddels is er ook een format om de meerkosten te declareren:

https://i-sociaaldomein.nl/groups/view/57981492/administratieve-en-financiele-processen-tijdens-coronacrisis/files

Dit format kunt u als aanbieder invullen en mailen naar wmo2020@ooststellingwerf.nl Wij zullen de declaratie beoordelen en indien akkoord uitbetalen. In andere gevallen nemen wij contact met u op.

Protocol vrijwilligers DRIVE