Zwemmen in Ooststellingwerf voor de oprichting van verwarmde zwembaden

Alleen al in de twee belangrijkste vaarten van deze gemeente zijn in de 19e eeuw tientallen personen verdronken. Een globaal onderzoek in kranten leerde dat de meeste drenkelingen ’s nachts te water zijn geraakt, van het schip zijn gevallen of door het ijs zijn gezakt. Het is dan ook geen wonder dat overheden en particuliere organisaties het aanleggen van zwembaden en het organiseren van zwemles gingen stimuleren.

Er werd vroeger al wel gezwommen in vooral wijken en in de Tjonger en Linde. De jeugd van Oosterwolde leerde in de jaren 20 zwemmen in het Grootdiep bij het bruggetje van het Jardingapad onder leiding van gemeenteambtenaar H.W. Veenhof. In Boven-Haulerwijk leerden leerlingen van de christelijke lagere school in de jaren 30 van meester R.J. Voortman zwemmen in de Vennootswijk. Daar, bij de grens met Drenthe, was een stukje met leemgrond en helder water. 

Het diep, zomer 1928
Het diep, zomer 1928

In Beneden-Haulerwijk schijnt wel gezwommen te zijn in de vaart bij De Bult net over de gemeentegrens. In 1950 verzochten de inwoners van Beneden-Haulerwijk om maatregelen ‘zodat het zwemmen in het vieze vaartswater aan de publieke weg een einde kan nemen en de schooljeugd onder toezicht zwemles kan krijgen. Dit zou voor een streek als Haulerwijk waar alles langs de vaart woont en zodoende veel verdrinkingsgevallen voorkomen van zeer groot belang zijn’. Staatsbosbeheer en gemeente Opsterland stonden toe dat het dorp de veenplas ’t Oude Leger’ (‘Waskmar’) aan de Leidijk inrichtte tot ‘een eenvoudige zwemgelegenheid’ met behulp van zand, paaltjes en enkele rietmatten.

Een gemeentelijke inventarisatie uit 1932 noemde de volgende zwemplekken:  ‘Oldeberkoop, in de rivier de Linde boven de stuw; Makkinga, in de Opwijk bij de opslagplaats; Appelscha, in het Staatsboschbeheer aan den weg langs het voormalig jongenshuis (wordt alleen gebruikt voor pootjebaden); Donkerbroek, afwijk in verbinding met de Compagnonsvaart (alleen schoolkinderen maken hiervan gebruik); Donkerbroek, Tjongerkanaal; Oosterwolde, Tjongerkanaal; Oosterwolde, rivier de Tjonger.’ Alleen de zwemplekken in de beide riviertjes en in Appelscha waren toen zo goed als vrij van risico op de ziekte van Weil.

Zwemclub Njord 1937 Tjonger
Zwemclub Njord, 1937 Tjonger

In 1933 opende Openlucht Zweminrichting De Tjonger, dat werd geëxploiteerd door Vereniging Zwembad De Tjonger, met leden uit Oosterwolde, Makkinga en Donkerbroek. De eerste voorzitter was dr. M.L. Stoel, arts te Oosterwolde. De vereniging had één badmeester in dienst, met zijn echtgenote als assistent. Het uit de Compagnonsvaart afkomstige water werd eerst gezuiverd. Het vuile water liep naar het Tjongerkanaal. Het bad was voorzien van houten steigers, kleedhokjes en een duiktoren. In 1934 werd hier zwemvereniging Njord opgericht. Veel inwoners van Donkerbroek e.o. haalden in dit bad hun zwemdiploma. De Tjonger bood ook gelegenheid tot zonnebaden. Na de oorlog raakte het zwembad in verval. In 1949 was er geen bevoegde kracht meer aanwezig: ‘thans is het meer spelen in het water dan zwemmen’, aldus het hoofd van de openbare lagere school in Donkerbroek. Geld voor herstelwerkzaamheden bleek ook niet te vinden, zodat in 1953 werd besloten om het zwembad op te heffen. 

In 1934 liet de Vereeniging Natuurbad Appelscha (later NV Bad- en zweminrichting Appelscha), onder voorzitterschap van dr. W.J. Lojenga, een zwemgelegenheid aanleggen bij de Boschberg. Als redenen voor de oprichting werden genoemd: volksgezondheid, toerisme en het tegengaan van verdrinking. Het dorp bracht de benodigde financiën van ongeveer 15.000 gulden zelf bijeen. Er waren douches en toiletten. Het bad werd gevuld met diep grondwater. Zonnebaden was niet toegestaan, want ‘Krachtig zal worden opgetreden tegen elke uitspatting die de naam onzer organisatie zou kunnen schaden’. Dames moesten verplicht een badmuts dragen. Dieren waren niet toegestaan in en rond het bad. De veiligheid werd gewaarborgd door een gediplomeerd badmeester met vier of vijf assistenten. De inspecteur rapporteerde in 1955 nogal negatief. Op sommige dagen was het te druk (met meer dan 3000 badgasten), het water werd niet vaak genoeg ververst, de toiletten bevonden zich ‘in een vrij onsmakelijke toestand’ en de overgang tussen kleuterbassin en diep bassin werd gevaarlijk genoemd. In1959 werd het Bosbad aangesloten op de waterleiding. Vanaf de jaren 60 werd er verwarmd.

In de jaren 60 en 70 werden er meer verwarmde zwembaden opgericht. In 1965 opende het zwembad in Oosterwolde. In 1972 volgde Haulewelle. De 100.000 gulden voor de aanleg van dit bad werd door de inwoners van Haulerwijk e.o. bijeengebracht. Het zwembad van Bakkeveen trok vanaf 1968 ook veel inwoners van Waskemeer en Donkerbroek. Een aantal zandafgravingen in en vlak buiten de gemeente werd bestemd tot zwemwater; in Ooststellingwerf was dat met name het Canadameer. Het Ronostrand en de Spokeplas werden en worden eveneens door veel Ooststellingwervers bezocht. 

Meer informatie?

U kunt het gemeentearchief bezoeken. De studiezaal is elke donderdag open van 9.00 tot 16.30 uur. Maak hiervoor eerst een afspraak via telefoonnummer 14 0516 of mail naar gemeente@ooststellingwerf.nl.